Toegegeven: de titel van dit stukje is misschien een beetje van-de-pot-gerukt, maar twee dingen komen er wel duidelijk in naar voor. Éen: de tweede helft van mijn opdracht hier in de Albergo is afgetrapt. De
vaststelling dat ik hier nog ‘slechts’ drie maanden heb, komt toch een beetje onverwacht. Over enkele maanden staan we terug in Mexico-city (zie foto), dan voor de vlucht naar Brussel. Twee: wat de tussenstand is aan de rust, heb ik er niet bij gezet. Bewust, want het is verschrikkelijk moeilijk om te zeggen hóever ik hier nu sta. Hoe groot is het verschil dat ik maak? Zou ik niet méér kunnen doen? En wat gaat er overblijven na mijn vertrek? Vragen genoeg. Ach ja, belangrijker dan eender welk theoretisch antwoord is uiteindelijk de glimlach van een kind. Dus blijven we daar elke dag voor gaan. En altijd en overal blijven hopen, dat het beste nog moet komen… .
De glimlach van een kind is niet vanzelfsprekend als dat kind Miguel Angel heet. Mijn kwelduiveltje, waarover ik eerder al vertelde, ga ik nog steeds elke avond van school ophalen. De laatste week ging dat verassend vlot. Miguel pakt soms zelfs spontaan mijn hand – iets wat hij vroeger nóóit zou gedaan hebben. Lachend en honderduit vertellend, wandelt hij dan naast me naar de Albergo. Tot vrijdag dus.
Om één of andere reden had hij op school een kind geslagen met – je hoort het goed – een stuk baksteen. Toen de juffrouw me erover aansprak, had ik meteen in de mot dat er iets grondig fout zat. De achtjarige dader zelf weigerde een woord te zeggen, ook nadat we Alejandro van school hadden opgehaald. Die had het wél goed gedaan, dus verdiende híj zijn groene punten. Dat schoot bij de
sowieso al nijdige Miguel Angel (op de foto links naast Alejandro) in het verkeerde keelgat, en hij liet zich midden op straat schreeuwend op de grond zakken, het hoofd tussen de knieën. Zonder een traan te laten, een woord te zeggen of ook maar een centimetertje te bewegen, brulde hij de hele buurt bijeen. Nu wil het toeval dat de buurt in kwestie, de Rumbo-wijk, na zonsondergang geen heel veilige buurt is. Achter de kazerne verzamelen bij nacht en ontij dronkelappen, zwervers en ander schorremorrie. En die hoorden Miguel Angel natuurlijk óók loeien – een duet van K3 en Jean-Marie Dedecker is er niks tegen. Één voor één kwamen omstaanders kijken wat er aan de hand was, tot er zich zo’n 25 man had verzameld rond de plek van het onheil. Daarbij waren er een aantal die óf te achterdochtig óf te beneveld waren om het verhaal van een ‘gringo’ te geloven, en enkelen dreigden zelfs handtastelijk te worden. Net toen de situatie uit de hand dreigde te lopen, stelde een van de oudere omstaanders, een taxichauffeur, voor om ons voor niks naar de Albergo te voeren. Verre van ideaal, maar het was de enige uitweg die ik op dat moment zag. Gelukkig bleek de man tegoedhertrouw en keerden we zonder kleerscheuren terug, een mokkende Miguel Angel op de achterbank. Niet aan te raden voor hartpatiënten – al een geluk dat ik niet van het nerveuze type ben!
Minder zenuwslopende maar even inspannende avonturen binnen de muren van de Albergo! Het netbaltornooi (op geïmproviseerd veldje, zie foto) is met vertraging dan toch van start gegaan, samen
met een reeks LO-lessen rond volley- en netbal. Dat alles is enkel mogelijk door de nieuwe volleyballen die ik onlangs met sponsorbudget aanschafte – kunnen de kinderen toch weeral van genieten! De mogelijke hoofdbesteding van dat budget begint ook concreter te worden: het wordt waarschijnlijk kiezen (of delen) tussen de restauratie van het speelveldje, dat de sporen draagt van menige aardbeving; een herbouwing van de keuken, die hopeloos verouderd is en krioelt van de beestjes; of verdere medische hulp voor Armando en Ramiro, die zoals gezegd last hebben van respectievelijk een versplinterd polsgewricht en een te kort been… . Ingenieurs en medische specialisten worden rond deze tijd om advies gevraagd.
Met vertraging, zoals alles in het soms frustrerend slome Mexico, heb ik ook eindelijk mijn tekenlessen geregeld gekregen! Vanaf nu ga ik elke zaterdag een atelier geven rond schetsen, schilderen, knutselen en nog veel meer. Door een pak artistieke vrijheid in te bouwen (gevoelens
vingerverven op muziek, vormen tekenen uit de wolken) hoop ik dat de kinderen er ook iets van hun frustraties en trauma’s in kwijt kunnen. Toch weer iets extra’s misschien… . De jongens zien het alvast helemaal zitten: van de vijf keuze-ateliers ging het mijne met meer dan de helft van alle inschrijvingen lopen! Bovendien is de Albergo binnenkort het toneel van een groot event met alle weeskinderen uit de regio. Ik heb de eervolle verantwoordelijkheid gekregen s’namiddags voor niet minder dan 180 (!) kinderen activiteiten te voorzien, dus dat wordt nog lachen!
Verder deze week nog enkele interessante ontmoetingen gehad. Na mijn familiebezoekje kan ik nóg een Belgisch hoofdstukje inlassen in mijn Mexicaanse geschiedenis! Vrijdag had ik immers afgesproken met Claire, een 18-jarige vrijwilligster uit Louvain-La-Neuve die geheel per toeval hier in de buurt verzeild was. Ze werkt sedert het begin van het jaar in het meisjestehuis van de Salesianen in Tuxtla, dus daar moesten we toch eens gaan piepen... . Toffel babbel gedaan – niet in het Nederlands, dat zij teweinig beheerste, én niet in het Frans, dat ik na drie maanden Spaans niet meer over mijn lippen krijg – dan maar een hele avond in het Spaans dus! Dat ging zaterdagavond dan wel vlotter. Enkele Belgische AFS’ers die op deze webstek waren beland, hadden me mee gevraagd voor een cafeetje in het centrum. Elke (straight from Antwerpen-city), Guillaume (uit La Louviere) en Maritza (Mexicaanse met Brugse vriend) zijn weer drie fijne kenissen erbij! En real live Antwaarps blijft hoe dan ook de zaligheid zelve! Nog even vermelden dat we ook de Belgen in het vaderland met nieuws blijven overstelpen - onlangs nog via de ether. Het interview op radio YORA kan je hier beluisteren. Hasta la vista!

Reacties