Tw
ee weken geleden heb ik voor de Albergo dan toch een kwaliteitskrant in huis gehaald. Ik moet er wekelijks voor naar het winkelcentrum wandelen en het kost een bom geld, maar eigenlijk is zoiets basisbehoefte in een tehuis met 57 jongens die allemaal de breuk met de armoede ambiëren. Het gebrek aan fatsoenlijk onderwijs moet je érgens compenseren. De jongens houden het voorlopig nog bij de sportbladzijden, maar de rest komt nog wel. Zelf heb ik nog maar amper tijd gehad voor een vluchtige blik op de voorpagina, gezien de enorme drukte deze week – de aanloop naar de gigantische en onovertroffen Encuentro Don Bosco… .
Die laatste woorden dekken zo maar eens eventjes vijf kindertehuizen, een dikke twintig zusters en meer dan 170 jongens en meisjes. De grote samenkomst ter herdenking van Don Bosco vond dit jaar bij ons in de Albergo plaats, en daarvoor ging alle hens aan dek. Zaterdagmorgen kwam het hele zootje samen in Caña Hueca, de Lilse Bergen van Tuxtla. Ik was er maar half bij, want de informatie voor de sportactiviteiten die onder mijn verantwoordelijkheid vielen, was de avond daarvoor pas rond 23u gearriveerd. Ik had me tot half drie s’nachts over de organisatie gebogen. Na een aantal kennismakings- en andere spelletjes was het tijd voor ‘mijn ding’: een basket- en voetbaltornooi. Een megafoon maakte de coördinatie tussen de zeven afgehuurde velden net iets makkelijker, maar ik zuchtte toch even van verlichting toen de winnaars bekend waren. Jorge zou zich er ongetwijfeld in zijn sas gevoeld hebben. Maar van hem hebben we niks meer gehoord.
De fysieke proeven waren nog maar het begin. s’Avonds werd er een gigantische kermis opgezet op het veldje achter de Albergo, met kraampjes voor vanalles en nog wat (zie foto). Tot na middernacht
ging de meute zich zowaar te buiten op de tonen van t´Smidje van Laïs - en ik die dacht dat ik hier eindelijk het Boombal-spook was kwijtgespeeld! Met de ochtendlijke activiteiten was het ijs tussen de jongens en meisjes uit de verschillende tehuizen al gebroken en s’middags waren de eerste voorzichtige verleidingspogingen een feit; eens de schemering inviel, condenseerde het testosteron bijna tegen de blanke gevelmuren. En terecht – dat zeldzame contact met het andere geslacht mogen de zusters hun jongens wel eens gunnen!
Zondag was het opnieuw vanaf s’morgens vroeg prijs – ook al was het de avond daarvoor een eind over middernacht geworden en was er in de tenten op het binnenplein ongetwijfeld geen oog dichtge
daan. Pleinspelen allerhande, een misviering en uitgebreid middageten gingen het gevreesde afscheid van de meisjes vooraf. Miguel (zie foto) was immers niet de enige die er eentje aan de haak had weten te slaan. Met een soort geamuseerd medelijden bekeek ik het menselijk drama, terwijl de bus hard en onverbiddelijk claxonneerde. Vertwijfelde blikken werden gewisseld, onbeholpen woorden gestameld. Tranen werden gedroogd met loze beloften; handen reikten vanuit een veel te hoog raampje en kalverliefde stierf op de stoeprand.
Het geweldige succes van de bijeenkomst, al het plezier dat de jongens en meisjes er beleefden en de herinneringen die ze er ongetwijfeld aan overhouden, die kan niemand hen nog afpakken. Het is fantastisch dagelijks zo’n dingen te kunnen doen voor kinderen zo weinig hebben en zoveel verdienen.
En de jongens voelen ook dat mijn hart bij hen ligt. Nu het einde van mijn tijd hier stilaan in zicht komt, vragen steeds meer jongens met bedroefde blik of ik echt weg móet. Benito zegt dat hij meekomt naar België; Felix (op de foto verbroederend met Ever, een jongen uit Comitan) gaat me vastbinden aan de basketbalpaal. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik ervan overtuigd geraak dat er inderdaad niks móet. Net als huisje-tuintje-boompje-beestje is ook dít een manier van leven, waar je voor kan kiezen. Soms denk ik dat ik hier zoveel meer waard kan zijn dan thuis. Soms.
Wat je kan en wil betekenen voor de kinderen, vraagt dikwijls zware inspanningen. Zo kon ik
vorige week temidden de voorbereidingen van de Encuentro, enkel donderdagavond er even tussenuit. Ik had met Veronica afgesproken iets te gaan eten bij de Italiaan in het centrum. Armando krijgt al elke vrijdag de volledige aandacht van zijn lieftallige psychologe – nu was het mijn beurt! Al ben ik dan wel een beetje jaloers op haar goeie zorgen voor Armando, ik heb ongelooflijk veel respect voor de vooruitgang die ze op een paar weken tijd bij hem geboekt heeft. De therapeuten van het Cientro de Desarollo (op de foto fysisch therapeut René) doen geweldig werk voor Armando. De confrontatie met zijn verleden doet Armando pijn – twee weken terug kwam hij nog wenend buiten gelopen uit de therapie – maar hij houdt vol.
Eergisteren zaten Benito en Armando naast elkaar op mijn kniëen, toen de kleinste Armando’s lidteken in de gaten kreeg. “Almando, hoe is dat gekomen?” – “Een auto die me aanreed”, luidde Armando’s standaard-antwoord. Benito liet niet af. “Hoe dan?”. Armando was zoals steeds niet geneigd er verder op in te gaan, maar toen Benito bleef aandringen, begon hij zowaar te vertellen. Terwijl ik met toenemende verbazing van het ene kleine mirakel op mijn schoot naar het andere keek, vertelde Armando hoe hij was blijven haken aan de truck die hem aanreed. Hij werd tientallen meters over de asfalt meegesleurd en bleef voor dood achter aan de poort van een voetbalstadion. De match werd afgefloten, alle spelers kwamen naar buiten en de politie zette de buurt af, terwijl ambulanciers vochten voor Armando’s leven. “Woow, Almando”, stootte Benito uit. En Armando klopte zich zowaar zelfvoldaan op de borst. Ik kon alleen maar verbaasd toekijken.

Reacties