Geloof het of niet (ik kon het allezins niet geloven), maar ook hier kan het winter worden. Gisterennacht braken de hemelsluizen open en de grijze hemel is nadien niet meer opgeklaaard, de wind is niet meer gaan liggen, de warmte is niet meer teruggekeerd. Ik loop nog steeds in T-shirt rond, maar de zusters en jongens hier rillen in hun dikke truien. De verfrissing komt net op tijd, want het zijn weer verhitte dagen geweest – en niet alleen op klimatologisch vlak. De eerste verslagen uit de Albergo in wintertijd.
Woensdagochtend – het kon niet langer uitblijven – valt tijdens de ochtelijke rondrit onze schoolbus stil. Een zuigend geluid, twee schokken, een diepe zucht, en dan is het afgelopen, midden op straat. Ivan kijkt bezorgd; niet omwille van het halve dozijn bronstige claxons achter de bus, wel omdat hij het probleem kent en weet dat het geen akkefietje is. “De carburator”, zucht hij, “zelfde als altijd”. De bus is dan ook stokoud en hangt met ijzerdraad en elastiekjes aan elkaar, maar vervanging is voorlopig financieel niet haalbaar. Dus komt een of andere kennis een dagje aan de bus prutsen, en donderdag werkt ze terug, al blijft het de vraag voor hoelang.
Om in de sfeer te blijven: donderdag mijn eerste verkeersongeluk(je) hier meegemaakt. Hoewel ik gemiddeld per dag nog geen twee minuten in een collectivo zit, moest het er wel eens van komen – busritjes zónder blikschade staan hier twee tegen één genoteerd bij de bookmakers. Ik ga Mauro en Miguel Angel van school halen en neem daarvoor de 9307, die gewoontegetrouw keihard optrekt na de stoplichten bij Las Palmas. Buiten de waard gerekend – in dit geval de volslanke en besnorde Mexicaan in een aftandse Chevvy rechts van ons, die net iets te graag naar links wil. De brave man ramt ons busje ter hoogte van de passagierszetel, waar ík gelukkig niet opzit. Het is maar een lichte tik (geen gewonden) en alhoewel ik toch wel even schrik, lachen de overige passagiers én de corpulente boosdoener zich tien seconden nadien al een breuk bij de aanblik van onze furieuze chauffeur. Ook de zusters s’avonds, als ik ze vertel over het accidentje, reageren met een geamuseerde “alleejochottistecht” voor ze overschakelen naar een pittige discussie over de beste manier om patatten klaar te maken. Dagelijkse kost dus!
En de pret was nog niet op die dag. Op een gegeven moment, toen ik met de kinderen van school langs de Avenida Principal terugwandelde naar de Albergo, meldde Mauro doodleuk: “Walter, ik steek over”. En weg was hij, tot halverwege de zesvaksbaan die het overgrote deel van het Tuxtalteekse verkeer aan duizelingwekkende snelheden over zijn asfalt voert. Even een kleine toelichting bij de figuur Mauro. De negenjarige jongen is psychologisch gestoord, een gesel voor zijn omgeving en bij wijlen volledig onhandelbaar. In mijn hele monicarriére thuis heb ik een kind van zijn allure hooguit één keer meegemaakt. In België leven zo’n kinderen niet samen met leeftijdsgenoten, maar krijgen ze een aparte, aangepaste psychiatrische behandeling. Niet hier dus, wegens geen geld, noch mogelijkheden. En dus blijft Mauro zichzelf en zijn omgeving van tijd tot tijd ernstig in gevaar brengen. Daar staat hij dan, zich van geen kwaad bewust, tussen het razende verkeer. Ik dacht ik het bestierf, en hij erbij. Even over de rooie gaan dan toch wel! “MAURO?! HIERRR!!”. Ik heb heel de terugweg zijn linkerarm in een ijzeren greep gehouden. Wat hem niet belette met zijn rechterhand toch nog te proberen een snoepje te pikken uit een kraam langs de kant van de weg. *Zucht*.
Al een geluk dat er deze dagen ook positief nieuws te rapen is! Zo heeft het thuisfront laten weten mij met Kerstmis te komen bezoeken. We gaan dan een reis maken, waarschijnlijk richting Guatemala en Belize, redelijk tot superfantastisch dus!
Én ik ben door het personeel van Armando’s therapeutisch centrum uitgenodigd volgend weekend mee uit te gaan in Tuxtla! Langs de ene kant is het wel een beetje raar om met zo’n pak nieuwe en onbekende mensen (enkel spaanssprekenden dan nog) iets te gaan uitrichten in een volledig onbekende omgeving…, maar daar was ik langs de andere kant toch al mee bezig dus ;) Bovendien is het wel super dat ik eindelijk eens degelijk kan gaan feesten in het voor een alleenstaande buitenlander s’nachts toch minder veilige Tuxtla! En ik móet gewoon moeite doen om een Mexicaans sociaal leven op te bouwen, nu buitenlanders zo’n beetje collectief verstek geven… .
Verder ben ik er zaterdag weer is eventjes tussenuit geweest. In het centrum gezocht tot ik engelstalig leesvoer vond dat nog iets zinnig te vertellen had ook (bij afwezigheid van dagbladen werd dat Newsweek) en daarmee in een cafeetje gaan zitten, met twee quesadilla’s en een grote koffie. Man, deed dat deugd!
Die dag begon s’namiddags ook het (wegens succes verlengd) voetbaltornooi, nu voor de jongsten in de Albergo. Elke ploeg heeft daarbij twee coaches uit de oudere groepen, en die zetten al hun kunnen in om de kleintjes vooruit te krijgen. Net zoals de vele supporters trouwens, andere jongens, zusters en mexicaanse jongeren die hier op bezoek waren. Het was een knaller van een partij, waarin Oceanita 3-0 achterkwam tegen Afriquita maar dan vanop de stip mocht tegenprikken. Alle supporters stormden het veld op om dat moment van dichtbij mee te maken, en toen de kleine Armando Cruz de bal onhoudbaar in de benedenhoek knalde, ontplofte de boel zowaar: De stem van de commentator slaat twee oktaven over, Armando wordt bedolven onder zijn ploegmaatjes, fans van groot tot klein trekken hun truitjes uit om er zwaaiend en gillend mee over het veld te crossen, en de zusters beginnen zowaar een geïmproviseerde polonaise. Op zo’n momenten wéét ik dat ik hier iets losmaak. En dat voelt echt goed.

Reacties